Navigatie
Nieuwsbrief januari 2019

Nieuwsbrief januari 2019

1. Asselt klantpodium 

In ons klantpodium Sieger van Looijengoed. Een ondernemer die graag andere ondernemers helpt bij vragen en zorgen die betrekking hebben op personeel. SZamen is een brede HR-dienstverlener die gespecialiseerd is in werving en selectie van financiële mensen. 

Wie ben je?

Wie ik ben is een zoektocht die nu ruim 32 jaar duurt. LinkedIn zegt mij daarover: “Wat mij verder typeert is nuchterheid, openheid, creativiteit, daadkracht, behulpzaam en een open mind. Wat ik graag doe is ondernemers helpen met vragen over personeelszaken. Werving, Verzuim, Persoonlijke ontwikkeling en HR-beleid alles komt voorbij.”

Waarom ben je ondernemer geworden?

In 2012 sprak ik Wilco Frens, ik meen op een bruiloft, en hij vroeg of het ondernemerschap niet iets voor mij was. Nee, was mijn antwoord, omdat ik daar niet mee bezig was. Niet lang daarna zat ik aan tafel en ruim een jaar later deed ik nog hetzelfde werk als daarvoor, alleen als ondernemer. En laten we eerlijk zijn, hoe kun je ondernemers beter adviseren dan dat je zelf ook ondernemer bent en weet wat het is om personeel te hebben.

Wat doe je met je onderneming?

Ondernemers helpen bij vragen en zorgen die betrekking hebben op personeel. Nieuw personeel, ziek personeel, de ontwikkeling van personeel en beleid dat betrekking heeft op personeel. Want, alleen ben je sneller en SZamen kom je verder!

SZamen is een brede HR- dienstverlener en we zijn gespecialiseerd in werving en selectie van financiële mensen. SZamen|Werken. Hierbij richten wij ons op het verbinden van de administratieve en/of financiële professionals met jou als lokale ondernemer. Met behulp van ons netwerk en marktkennis binnen deze sector bieden wij een duurzame oplossing. Of het nu tijdelijk, vast, op projectbasis of als zelfstandige is. Werving en selectie of op detachering basis, er is altijd een passende oplossing die bij jouw organisatie past. Bovendien loop je met onze zorgvuldig geselecteerde kandidaten een zeer beperkt verzuimrisico. Heb je een bezettingsvraagstuk? Dan doen we dat SZamen!

Hoe ben je/zijn jullie bij Van Asselt terecht gekomen?

Ik kende destijds al verschillende medewerkers van Van Asselt, liep Wilco Frens tegen het lijf én was zelf al werkzaam in de accountancy.

Waarom doe je/doen jullie zaken met Van Asselt?

Het creatief meedenken is hét unieke aan Van Asselt. Er is altijd een passende oplossing voor de uitdaging waarvoor jij staat. Zelfs als jij het probleem nog niets eens ziet of erkent.

 

 

 

2. Inlenersaansprakelijkheid

De Belastingdienst heeft een aantal mogelijkheden om derden aansprakelijk te stellen voor onbetaald gebleven belastingschulden. Ook het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid kan soms boetes uitdelen bij uitlening. In dit artikel staat de inlenersaansprakelijkheid centraal en de wijze waarop de aansprakelijkstelling kan worden voorkomen of beperkt.

Inlener

Een inlener huurt een werknemer in van een andere ondernemer. Daarbij heeft de inlener de leiding over of het toezicht op de ingehuurde werknemer. De werknemer blijft daarbij echter wel in dienst bij de uitlener.

Uitlener

Een uitlener leent een werknemer uit aan een andere ondernemer om onder leiding of toezicht van die andere ondernemer te werken. De werknemer blijft bij de uitlener in dienst.

Doel aansprakelijkstelling inleners

In het verleden kwam het vaak voor dat uitleners failleerden of anderszins hun financiële verplichtingen aan de Belastingdienst niet nakwamen, waardoor de fiscus met lege handen kwam te staan. Door de inlenersaansprakelijkheid kan de fiscus de inlener onder voorwaarden aanspreken op onbetaald gebleven loonheffingen en omzetbelasting van de uitlener.

Verwar inlenersaansprakelijkheid niet met aansprakelijkheid bij onderaanneming

Een vergelijkbare regeling als de inlenersaansprakelijkheid betreft de aansprakelijkheid bij onderaanneming. Als bijvoorbeeld een aannemer gebruik maakt van de diensten van een onderaannemer, dan kan de Belastingdienst de aannemer (hoofdaannemer) onder voorwaarden aansprakelijk stellen voor onbetaald gebleven omzetbelasting en loonheffingen. Een verschil tussen inlening en onderaanneming is dat bij onderaanneming het toezicht op en de leiding over de werknemer bij de onderaannemer blijft. Bij inlening van een werknemer blijft de werknemer in dienst van de uitlener, maar komt hij onder toezicht of leiding van de inlener.

Belasting- en premies waar inlener aansprakelijk voor is

De inlener is aansprakelijk voor de verschuldigde omzetbelasting door de inlener en voor de verschuldigde loonheffingen. Deze loonheffingen bestaan uit de loonbelasting, premie volksverzekeringen, premie werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet.

Welke volgorde bij aansprakelijkstelling door de Belastingdienst?

De Belastingdienst hoeft zijn keuze voor een bepaalde aansprakelijkstelling niet te motiveren. De ontvanger hoeft niet eerst de bestuurder van de uitlener aansprakelijk te stellen, maar hij kan rechtstreeks de inlener aansprakelijk stellen.

Een inlener kan op verschillende manieren voorkomen dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor de onbetaald gebleven omzetbelasting en loonheffingen van de uitlener.

Verklaring betalingsgedrag

Om te controleren of de uitlener zijn belastingen afdraagt aan de Belastingdienst, kan de inlener aan de uitlener een zogeheten ‘verklaring betalingsgedrag’ vragen. De uitlener moet deze verklaring bij de Belastingdienst opvragen en vervolgens op verzoek overleggen aan de inlener. Dit geeft geen absolute zekerheid, maar geeft wel een goede indruk van het beeld van de uitlener. Er zijn twee soorten verklaringen betalingsgedrag. Een schone verklaring en een voorbehoudverklaring.

Geblokkeerde rekening

Een inlener kan zijn aansprakelijkheid verder uitsluiten of beperken door het storten van een gedeelte van de overeengekomen prijs op een geblokkeerde (=g-)rekening van de uitlener. Dit is een speciale rekening die de uitlener alleen kan gebruiken voor het betalen van de loonheffingen en btw of voor het doorstorten naar een andere g-rekening.

In de praktijk stort de inlener een gedeelte van het factuurbedrag op de g-rekening van de uitlener. Dit gedeelte komt overeen met het bedrag van de loonheffingen en de btw die de uitlener aan de Belastingdienst moet afdragen. Voor het gebruik van een g-rekening gelden allerlei spelregels die men in acht moet nemen.

Certificering door SNA

Een uitzendbureau kan een certificaat krijgen van de SNA. Daarvoor moeten uitzendbureaus aan strenge voorwaarden voldoen en de uitzendbureaus worden daarop ook jaarlijks meerdere keren gecontroleerd. Maakt een inlener gebruik van een uitzendbureau met een SNA-certificaat, dan is de inlener niet aansprakelijk voor onbetaald gebleven belastingen van het desbetreffende uitzendbureau.

Faillissement en g-rekening

Hoewel een g-rekening in beginsel de aansprakelijkheid van de inlener kan beperken of uitsluiten, schuilt er één groot gevaar bij de g-rekening. Dat is het geval bij een faillissement van de uitlener. Als de inlener de vermoedelijk verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting op de g-rekening van de uitlener heeft gestort en deze gaat failliet, dan gaat de g-rekening behoren tot de failliete boedel. Dan kan de inlener alsnog door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld worden voor alle gestorte bedragen op de g-rekening gedaan na het faillissement van de inlener.

Rechtstreekse storting bij Belastingdienst

Sinds enkele jaren kan een inlener niet meer rechtstreeks bij de Belastingdienst de verschuldigde omzetbelasting en loonheffingen van de uitlener overmaken. Dat was vroeger wel mogelijk en bood een betere bescherming aan de inlener bij een faillissement van de uitlener dan een g-rekening.

Verplichtingen uitlener voor de WAADI

Een uitlener is verplicht zich als zodanig bij de Kamer van Koophandel in te schrijven op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). Doet een uitlener dat niet, dan kan hij een boete krijgen. De hoogte van de boetes zijn afhankelijk van de omvang van de uitlener enerzijds en het aantal keer dat de uitlener al eerder de fout in is ingegaan.

Check de status van de uitlener bij de Kamer van Koophandel

Ook een inlener kan een boete krijgen als de uitlener niet of niet goed staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. De inlener kan een boete voorkomen door vooraf te checken of de uitlener bij de Kamer van Koophandel als zodanig staat geregistreerd. Ga daarvoor naar de site van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl) en type in het zoekvenster de woorden ‘WAADI-check’ in. Vervolgens kan door het invoeren van het registratienummer bij de Kamer van Koophandel worden gecontroleerd of de uitlener aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

 

 

3. Belastingvrij schenken in 2019

Wilt u in 2019 uw kind of kleinkind een extraatje geven? Ook in het nieuwe jaar kunt u weer profiteren van de jaarlijkse vrijstellingen in de schenkbelasting. De belastingvrije bedragen zijn voor dit jaar verhoogd met 1,2%.

Schenkvrijstelling kinderen 
De algemene schenkvrijstelling voor kinderen bedraagt in 2019 € 5.428 per kind. Dit bedrag kan per kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is, eenmalig verhoogd worden tot € 26.040. Wordt de schenking gebruikt voor een dure studie of de aankoop van een eigen woning, dan is dit bedrag eenmalig € 54.246 in geval van een dure studie of € 102.010 ten behoeve van een eigen woning. Over deze bedragen hoeft dus geen schenkbelasting te worden betaald.

Tip!
Deze laatste vrijstelling – ten behoeve van de aankoop van een eigen woning – geldt niet alleen voor de schenking aan een kind, maar ook voor een schenking aan willekeurige derden.

Let op!
Voor de verhoogde vrijstellingen geldt als voorwaarde dat de ontvanger van de schenking tussen de 18 en 40 jaar oud is.

Niet alleen voor aankoop woning
De vrijstelling van € 102.010 geldt als met het bedrag van de schenking een eigen woning wordt gekocht, maar ook als het geld gebruikt wordt voor een verbouwing van de woning of om de hypotheekschuld mee af te lossen.

Let op!
Het bedrag van de schenking voor het aflossen van de hypotheekschuld vermindert de fiscale schuld voor de eigen woning en vermindert dus ook de aftrek van hypotheekrente.

Kleinkinderen en anderen
U mag jaarlijks ook uw kleinkinderen of eenieder ander een belastingvrij bedrag schenken. Dit bedrag is voor 2019 € 2.173.

Meer schenken dan vrijstelling
Het tarief voor schenken aan de kinderen boven de vrijstelling en kleinkinderen blijft ongewijzigd. Het tarief bedraagt voor kinderen 10% en voor kleinkinderen 18%, tot een bedrag van € 124.727. Ook dit bedrag is verhoogd vanwege de inflatie. Over het meerdere, dus boven de € 124.727, betaalt een kind 20% en een kleinkind 36% schenkbelasting.

 

 

4. Top 5-wijzigingen voor de werkgever

Per 1 januari 2019 zijn weer tal van loongerelateerde cijfers en wet- en regelgevingen gewijzigd. Vijf belangrijke veranderingen staan hieronder voor u op een rij.

1) Heffingskortingen voor buitenlandse werknemers
Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland nog recht op het belastingdeel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. ‘Niet-inwoners’ hebben daar vanaf dat moment geen recht meer op. Er is een uitzondering voor (buitenlandse) werknemers die wonen in lidstaten van de Europese Unie, in de EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), Zwitserland en de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Om deze uitzondering te kunnen toepassen, moet worden vastgesteld van welk land uw (buitenlandse) werknemer fiscaal gezien inwoner is. Van u wordt verwacht dat u de woonplaats in alle redelijkheid bepaalt.

2) Woonplaats en anoniementarief
U bent verplicht om uw werknemers te identificeren. Als dat niet (juist) is gedaan, is het zogenoemde anoniementarief (52%) van toepassing.

Van (buitenlandse) werknemers die fiscaal geen inwoner van Nederland zijn maar hier wel (tijdelijk) verblijven, wordt in de loonadministratie weleens het (tijdelijke) Nederlandse adres vastgelegd. Vanaf 1 januari 2019 moet van deze (buitenlandse) werknemers het buitenlandse adres in de loonadministratie worden opgenomen. Als u dit als werkgever niet doet, moet voor deze werknemers het anoniementarief worden toegepast.

3) 30%-regeling
De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt met ingang van 1 januari 2019 met drie jaar verkort: van acht naar vijf jaar. Nieuwe aanvragen worden vanaf dan voor maximaal vijf jaar toegekend. Ook voor bestaande gevallen zal de verkorting van drie jaar gelden, maar er is sprake van overgangsrecht.

In onderstaande tabel is de uitwerking van het overgangsrecht uiteengezet:

Einddatum op beschikkingWijziging in looptijd
In 2019 of 2020 Geen wijziging
In 2021, 2022, 2023 Looptijd wijzigt naar 31 december 2020
In of na 2024 Looptijd wordt verkort met drie jaar

 

4) Vrijwilligersregeling 
Vrijwilligers zijn voor de maatschappij van groot belang. Daarom gaat de vrijstelling voor vrijwilligers in 2019 met € 200 per jaar omhoog. Dit betekent dat een vrijwilliger vanaf 1 januari 2019 maximaal € 170 belastingvrij per maand kan ontvangen voor de verrichte diensten, met een maximum van € 1.700 per jaar. Het is voor het eerst sinds 2006 dat dit bedrag wordt verhoogd.

5) Nieuwe regels compensatie overuren
Per 1 januari 2019 is het voor u als werkgever niet meer mogelijk om afspraken met individuele werknemers te maken om meerwerk (hieronder wordt verstaan meeruren en overuren) met vrije tijd te compenseren. Vanaf 2019 mag dit alleen nog maar als het is geregeld in een cao en schriftelijk is afgesproken. Dit geldt alleen voor zover de werknemer over de gewerkte uren niet meer verdient dan het minimumloon.

 

5. Nieuwe afspraken loondoorbetaling bij ziekte

Werkgevers, het ministerie van Sociale Zaken en het Verbond van Verzekeraars hebben overeenstemming bereikt over maatregelen rond de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte.

Mkb-verzuimontzorgverzekering
Het is de bedoeling dat er per 1 januari 2020 een mkb-verzuimontzorgverzekering komt. Hierdoor kan een werkgever de financiële risico’s van de loondoorbetalingsverplichting afdekken, waardoor met name kleinere werkgevers geholpen worden bij de verplichtingen en taken bij (langdurig) verzuim. De verzekering is ‘Poortwachterproof’, waardoor een eventuele loonsanctie, wanneer de adviezen van de verzekeraar goed zijn opgevolgd, niet voor uw rekening komt.

Premiekorting voor compensatie loondoorbetaling
In 2021 wil men voor alle werkgevers een financiële tegemoetkoming bewerkstelligen in de vorm van een premiekorting voor de kosten van loondoorbetaling in het tweede loondoorbetalingsjaar. De minister is van plan hier jaarlijks € 450 miljoen voor uit te trekken. De intentie is om (uiterlijk) per 2024 de premiekorting te vervangen door het invoeren van een gedifferentieerde Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds), waarvan vooral kleinere werkgevers zullen profiteren.

Medisch advies bedrijfsarts leidend bij RIV-toets
Per 1 januari 2021 wordt het medisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de toets op de re-integratie-inspanningen. Concreet betekent dit voor u als werkgever dat u geen loonsanctie op medische gronden meer opgelegd kunt krijgen als u het advies van de bedrijfsarts volledig heeft opgevolgd. De verzekeringsarts van het UWV kan nu nog een eigen medisch oordeel vormen dat kan afwijken van het medisch advies van de bedrijfsarts, wat de kans op een loonsanctie vergroot.

Meer transparantie rondom loonsancties
Werkgevers hebben aangegeven dat zij de wijze waarop het UWV beslissingen neemt over re-integratie-inspanningen, niet altijd duidelijk vinden. Minister Koolmees van Sociale zaken en Werkgelegenheid heeft toegezegd dat hij met het UWV in gesprek zal gaan om te komen tot een uniforme uitvoering van de RIV-toets, rekening houdend met kleinere werkgevers.

Meer grip op re-integratie
De eigen rol en verantwoordelijkheid van de zieke werknemer wordt duidelijker, doordat hij in het plan van aanpak en bij de eerstejaarsevaluatie zijn visie op het re-integratietraject moet geven. De verwachting is dat dit leidt tot een grotere betrokkenheid van uw werknemer bij het re-integratieproces, ook als dat bij een andere werkgever moet plaatsvinden (tweede spoor). Verder wordt onderzocht of extra instrumenten ingezet moeten worden om re-integratie in het tweede spoor te bevorderen, bijvoorbeeld het eerder inzetten van de no-riskpolis.

Let op!
De maatregelen staan beschreven in een brief die minister Koolmees aan de Tweede Kamer heeft gestuurd en moeten nog worden vastgelegd in wet- en regelgeving.

 

 

6. Belangrijkste veranderingen voor de ondernemer

Eerder stemde de Eerste Kamer in met het Belastingplan. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen voor 2019 voor u als ondernemer?

Daling tarief box 1
Bent u belastingplichtig voor de inkomstenbelasting? Het tarief in box 1 voor de tweede en derde schijf daalt met 2,75% van 40,85% naar 38,1%. De andere tarieven in box 1 wijzigen gering.

Verhoging heffingskortingen
De algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting worden verhoogd. De arbeidskorting wordt wel sneller afgebouwd. Hierdoor kan men tot een inkomen van ongeveer € 41.000 nog een voordeel tegemoet zien. Van de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt het basisbedrag, waardoor de korting lager uitvalt voor lagere inkomens tot ongeveer € 25.000.

Verhoging btw-tarief
Het lage btw-tarief stijgt van 6 naar 9%. Met name levensmiddelen worden hierdoor zwaarder belast. Maar onder andere ook de horeca, de kapper, bloemen en boeken worden door de tariefstijging getroffen.

Aardgas duurder
De belasting op aardgas gaat omhoog met 3 cent per kubieke meter, elektra wordt 0,72 cent per kWh goedkoper. Het vaste bedrag aan korting op de energiebelasting gaat met ongeveer met € 50 omlaag.

Meer bijtelling dure elektrische auto
De bijtelling voor elektrische auto’s blijft 4%, maar slechts tot een cataloguswaarde van € 50.000. Daarboven gaat over het meerdere de normale bijtelling van 22% gelden. Voor auto’s die vóór 2019 op kenteken zijn gezet, geldt een overgangsregeling van 60 maanden.

Vennootschapsbelasting
Het tarief van de eerste schijf tot € 200.000 in de vennootschapsbelasting daalt van 20 naar 19%. Het tarief van de tweede schijf voor een winst boven € 200.000 blijft gelijk. De komende jaren zal het tarief nog verder dalen.

Beperking afschrijven gebouwen
Bedrijven waarvan de winst wordt belast in de vennootschapsbelasting, mogen vanaf 2019 nog maar afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde. Dit was al zo voor panden die niet in eigen gebruik waren, maar vanaf 2019 gaat deze grens ook gelden voor panden die wel in eigen gebruik zijn (voorheen was dit 50% voor panden in eigen gebruik). Dit betekent mogelijk minder afschrijving en dus een hogere winst. Een kritische blik op de WOZ-beschikking van 2019 kan daarom geen kwaad.

Ook is het wellicht mogelijk een voorziening te treffen voor toekomstig onderhoud. Er geldt nog wel een overgangsregeling: als een pand vóór 2019 in (eigen) gebruik is genomen, mag nog maximaal drie jaar worden afgeschreven volgens de oude regels, ook als daarmee de grens van 100% wordt doorbroken.

 

 

7. Loonkostenvoordeel lage inkomens? Nieuwe tarieven

Heeft u werknemers in dienst met een laag loon? Dan heeft u misschien recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. De grenzen voor het uurloon voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) zijn voor het jaar 2019 onlangs vastgesteld.

Twee categorieën
Werkgevers hebben recht op een tegemoetkoming in de loonkosten als ze werknemers in dienst hebben die minimaal 100% van het wettelijk minimumloon verdienen en maximaal 125%. Er zijn twee categorieën. Ten eerste de hoge tegemoetkoming. Die krijgt de werkgever in 2019 voor werknemers met een uurloon van minimaal € 10,05 en maximaal € 11,07. De lage tegemoetkoming geldt voor werknemers met een uurloon van meer dan € 11,07 en maximaal € 12,58 per uur. De hoge tegemoetkoming bedraagt € 1,01 per uur en maximaal € 2.000 per jaar. De lage bedraagt € 0,51 per uur en maximaal € 1.000 per jaar.

U kunt het uurloon van uw werknemers zelf beïnvloeden, zodat u zo veel mogelijk van het LIV profiteert. Bijvoorbeeld door werknemers die iets boven de grens van het uurloon verdienen een kostenvergoeding via de werkkostenregeling te geven in ruil voor iets minder loon. Uiteraard kan dit alleen binnen de wettelijke mogelijkheden.

 

 

8. Overdracht aandelen onroerendgoed-bv? Geen overdrachtsbelasting

Bij schenking van onroerend goed dat tot een onderneming behoort, hoeft onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting te worden betaald. De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat dit ook geldt in de situatie waarin het gaat om aandelen in een bv die onroerend goed exploiteert.

Vrijstelling overdrachtsbelasting
De wet bevat een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor goederen die behoren tot een onderneming en aan die onderneming dienstbaar zijn. Voorwaarde is wel dat die onderneming in zijn geheel moet worden voortgezet. De vrijstelling geldt voor kinderen, kleinkinderen, broers en zusters – of hun echtgenoten – van de ondernemer. Hiertoe behoren ook pleegkinderen, halfbroers, halfzusters, pleegbroers en pleegzusters.

Vrijstelling ook bij schenken aandelen
Naar de letter van de wet geldt de vrijstelling niet voor aandelen in een onroerendgoed-bv. De Hoge Raad heeft nu beslist dat de wet ruim moet worden uitgelegd en dat de vrijstelling ook geldt voor aandelen in een onroerendgoed-bv. Voorwaarde is wel dat de vrijstelling ook van toepassing geweest zou moeten zijn als er geen aandelen, maar onroerend goed zou zijn geschonken of op andere wijze zou zijn overgedragen.