Navigatie

Nieuwsbrief februari 2018

 

 

1. Asselt Podium

Klant aan het woord

We kunnen heel veel over onszelf vertellen, maar het is zeker zo leuk het woord te geven aan onze ondernemers! Deze maand stellen wij je voor aan Cornelis de Kruijf.

Wie ben je?

“Ik ben Cornelis de Kruijf, mede-eigenaar van Haklander Interieurbouw, ontwerper en projectleider voor maatwerk interieurbouw en afbouw voor de zakelijke markt.”

Waarom ben je ondernemer geworden?

“Als kind logeerde ik in de vakanties bij ooms en tantes met boerderijen en akkerbouwbedrijven. Een geweldige omgeving waar van alles gebeurde! Met een creatieve vader die handvaardigheid en tekenen doceert, moest het wel een kruising worden. Ondernemen betekent voor mij het beste uit jezelf en uit je klant halen. Kortom; ik vind heerlijk om mooie projecten te maken en daar verantwoordelijkheid voor te dragen.”

Wat doe je met je onderneming? 

“Wij ontwerpen maatwerk interieurs voor de zakelijke markt. De uitvoering verzorgen wij van productie tot en met montage. In turnkey projecten ontzorgen wij de klant en staan we voor een gedetailleerde afwerking. We werken graag met natuurlijke en duurzame materialen. Verfijnde ontworpen meubels hebben immers een aanzienlijk langere levenscyclus. Met FSC en PEFC-certificering staan we voor eerlijke ingrediënten voor het hout wat wij toepassen. Qua projecten bouwen we kantoren, zorginstellingen, hotels etc.”

Hoe zijn jullie bij Van Asselt terecht gekomen?

“Als buren van Wilco Frens kwam de financiële kant van zakendoen al snel om de hoek kijken. Een goede relatie en de zakelijke werkwijze maakte ons direct klant.”

Waarom doen jullie zaken met Van Asselt? 

“Bij van Asselt begrijpt men dat er veel meer rond de financiën komt kijken dan cijfers alleen. Rond de overname en het bespreken van cijfers wordt er altijd naar de mens gekeken in alle fases van het leven. Het is mooi om te zien dat van Asselt hun netwerk gebruikt voor hun nieuwe pand in Amersfoort waar wij samen met andere relaties de verbouwing mochten realiseren.”

 

 

2. Kassasysteem: het hart van de (horeca) onderneming

Als horecaondernemer je bestellingen opnemen met een kladblokje… Tien jaar terug was dit nog een heel gebruikelijk beeld in de horeca, maar tegenwoordig zie je het niet meer zo vaak. Het is natuurlijk veel eenvoudiger om de kopjes koffie en de appelgebakjes aan te tikken op je draadloze bestelterminal. Je hoeft vervolgens niet meer je kladblaadje bij de bar af te geven om de bestelling klaar te maken, maar de bestelling wordt automatisch doorgestuurd naar de bar.

Een kassasysteem is een combinatie van hardware en software waarbij alle kassatransacties worden vastgelegd, oftewel het is het hart van je onderneming. U kunt ervoor kiezen om de kassasoftware op je computer te installeren. Tegenwoordig worden er veel verschillende online oplossingen aangeboden, waarbij gekozen kan worden om volledig online te werken of om via een hybride oplossing te werken (online en offline gecombineerd). Zo kun je tegenwoordig werken op mobiele apparaten, zoals een tablet of iPad. Alles is online beschikbaar en wordt automatisch bijgewerkt in de cloud.

Een kassasysteem doet méér dan alleen kassatransacties vastleggen

Als horecaondernemer bent u van veel factoren afhankelijk. U moet veel zaken tegelijkertijd kunnen organiseren. Het personeel, de reserveringen, de voorraad en de keuken moet u goed op elkaar kunnen afstemmen. Staat er een bedrijfsfeest op de planning of is er schitterend weer op komst? Dan moet u snel kunnen schakelen door het inroosteren van extra personeel. Maar u wilt ook dat uw klant met een tevreden gevoel naar huis gaat. Door de voorraad in het kassasysteem goed bij te houden, weet u welke producten het best worden verkocht en wanneer. Zo kunt u de bestellingen afstemmen op de actuele voorraad, waardoor u nooit meer misgrijpt en geen nee hoeft te verkopen aan uw klant. Daarnaast kunnen verschillende apparaten koppelen aan het kassasysteem, zoals een bonnenprinter, barcodescanner, geldlade of een klantendisplay.

Het kassasysteem gekoppeld aan de boekhouding

Werkt u inmiddels met één van de moderne POS-systemen? Dan kan dit systeem in de meeste gevallen worden gekoppeld aan de boekhouding. Hierdoor hoeft u informatie niet handmatig over te nemen of te synchroniseren en is de informatie altijd up-to-date. Als u aan het eind van de dag de kassa sluit, hoeft u niets meer in het boekhoudpakket over te nemen. De gegevens zijn immers al gekoppeld.

De transacties vanuit een POS-systeem kunnen automatisch worden bijgewerkt in de boekhouding. Dit voorkomt de noodzaak van handmatige boekingen in te voeren of het inlezen van mutaties via een Excelbestand. Op veel websites kunt u nalezen welke applicaties aan elkaar gekoppeld kunnen worden en welke gegevens er tussen de verschillende softwareapplicaties worden uitgewisseld. Via een beveiligde verbinding kunt u de administratie middels een omgevingscode (c.q. token/sleutel) koppelen met het POS-systeem. Dashboards en KPI’s (Key Performance Indicators) kunnen u inzicht geven welke producten de meeste omzet opleveren. Sommige systemen gaan zelfs een stapje verder en geven inzicht welke producten op welke dagen en tijden worden verkocht. Veel POS-systemen bieden een (gekoppeld) personeelsinformatiesysteem of roosterplanner. Sommige systemen helpen bij het efficiënt inplannen van de medewerkers.

 

3. Controleer gegevens op de jaaropgaven 2017

Als werkgever moet u aan uw werknemers na afloop van het jaar een jaaropgaaf verstrekken. Die jaaropgaaf is vormvrij. Er moeten echter wel een aantal verplichte gegevens op staan.

Jaaropgaaf 2017
De jaaropgaaf aan uw werknemers bevat altijd een aantal verplichte gegevens. Uw werknemer heeft deze nodig voor zijn aangifte inkomstenbelasting. De meeste gegevens van de jaaropgaaf staan op de loonstaat van de werknemer.

De Belastingdienst heeft een model jaaropgaaf voor 2017 die u kunt gebruiken. U bent dit echter niet verplicht. De jaaropgaaf is namelijk vormvrij. Heeft u de salarisadministratie geautomatiseerd, dan bevat het salarispakket ook een jaaropgaaf voor uw werknemers.

Check de gegevens
Gebruikt u niet het model van de Belastingdienst, dan moet u er wel voor zorgen dat alle gegevens die op deze model jaaropgaaf staan, ook terugkomen op de jaaropgaaf die u aan uw werknemers verstrekt. Het is niet onverstandig om dit te checken. Uw jaaropgaaf moet, naast de naw-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de werknemer en de werkgever, in ieder geval de volgende cumulatieve gegevens over 2017 bevatten:

  1. 1. Loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen
  2. 2. Ingehouden loonheffing
  3. 3. Verrekende arbeidskorting
  4. 4. Of de loonheffingskorting wel of niet is toegepast en met ingang van wanneer
  5. 5. Burgerservicenummer werknemer
  6. 6. Loon voor de Zorgverzekeringswet
  7. 7. Ingehouden bijdrage Zorgverzekeringswet
  8. 8. Verrekende levensloopverlofkorting
  9. 9. Totaal premies werknemersverzekeringen
  10. 10. Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet

Tip:
Ook de laatste loonstrook van het jaar kan dienen als jaaropgaaf. Daar moeten dan wel de cumulatieve verplichte gegevens op staan. Bovendien moet u aan uw werknemer laten weten welke gegevens op deze laatste loonstrook van 2017 tezamen de jaaropgaaf vormen.

 

4. Nieuw: Jeugd-LIV. Jaarlijkse tegemoetkoming bij jonge minimumloners

Het jeugd-LIV is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon. Dat betekent extra loonkosten voor werkgevers. Daarom krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2018 het jeugd-LIV voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen.

Voorwaarden jeugd-LIV
Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • De werknemer was op 31 december van het voorafgaande jaar 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

Bedragen jeugd-LIV
Heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV? Dan krijgt de werkgever een bedrag per verloond uur. Het bedrag per uur verschilt per leeftijd. Hoeveel het voordeel precies is, hangt af van zowel het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer.

Leeftijd op 31-12-2017 Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur Maximaal jeugd-LIV per werknemer per jaar
18 jaar € 0,23 € 478,40
19 jaar € 0,28 € 582,40
20 jaar € 1,02 € 2.121,60
21 jaar € 1,58 € 3.286,40

In 2018 is het jeugd-LIV 1,5 keer zo hoog als in 2019. Dit komt omdat het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 werd verhoogd, terwijl het jeugd-LIV pas per 1 januari 2018 is ingevoerd.

De eis van minimaal 1.248 verloonde uren van het LIV geldt niet voor het jeugd-LIV.

Bbl-leerling
Een werkgever die gebruik maakt van bbl-leerlingen kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.

Let op!
Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen, terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

Let op!
Bij de premiekortingen bestond de mogelijkheid om achteraf alsnog een korting te claimen als men dit vergeten was. Voor de loonkostenvoordelen geldt dit niet! Als niet op tijd aan de vereisten wordt voldaan, kan achteraf geen beroep meer worden gedaan op een loonkostenvoordeel. Het op tijd signaleren van de mogelijkheden is dus van groot belang.

 

5. Eigenwoningverleden partner? Toch meer hypotheekaftrek

Partners die gezamenlijk een nieuwe woning kopen, mogen hun eigenwoningverleden bij helfte verdelen. De staatssecretaris van Financiën heeft dit onlangs goedgekeurd. Afhankelijk van de situatie kan hierdoor mogelijk een hoger bedrag aan eigenwoningschuld in box 1 worden meegenomen met als resultaat meer hypotheekrenteaftrek.

Complex
De eigenwoningregeling zit complex in elkaar. Zo is sinds 2001 de rente voor een eigenwoninglening (hypotheek) nog maar maximaal 30 jaar aftrekbaar. Met ingang van 2013 zijn de regels verder aangescherpt. Voor een eigenwoninglening afgesloten vanaf die tijd geldt dat de rente alleen aftrekbaar is als de lening in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. En verkoopt u uw eigen woning met winst, dan krijgt u sinds 2004 te maken met een eigenwoningreserve.

Eigenwoningsverleden
Wie zijn oude woning verkoopt en met zijn partner een nieuwe woning koopt, loopt dus al snel aan tegen een eigenwoningverleden. Dat verleden kan resulteren in minder hypotheekrenteaftrek voor de nieuwe woning.

Goedkeuring onder voorwaarden
Omdat sprake is van een niet-beoogde beperking van de hypotheekrenteaftrek keurt de staatssecretaris goed dat partners het eigenwoningverleden voor de helft aan elkaar overdragen. Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moeten partners de eigen woning aankopen in een 50/50-verhouding en ook de eigenwoningschuld moet in die 50/50-verhouding worden aangegaan. Bovendien moeten beiden een beroep doen op deze goedkeuring en de verdeling voor de helft van het eigenwoningverleden is definitief. Dit kan dus niet meer in een later belastingjaar worden teruggedraaid.

Tip:
Bekijk samen met uw adviseur of het in uw situatie gunstig is een beroep te doen op de goedkeuring. Ook wanneer u niet voldoet aan de 50/50-verhouding komt u hier mogelijk voor in aanmerking. U moet uw situatie dan wel voorleggen aan de Belastingdienst. De goedkeuring werkt terug tot en met 2013. Voor de sinds die tijd reeds definitief vaststaande belastingjaren, kunt u nog een verzoek indienen

 

6. Afhandeling bezwaren crisisheffing gestart door Belastingdienst

Werkgevers die bezwaar hebben gemaakt tegen de crisisheffing en zich met een vaststellingsovereenkomst hebben aangesloten bij de proefprocedures over deze heffing, kunnen nog deze maand een brief verwachten van de Belastingdienst. Inmiddels hebben de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat de bezwaren ongegrond zijn.

Crisisheffing
De crisisheffing was een heffing die in 2013 en 2014 werd geheven van werkgevers die werknemers in dienst hadden die in het daaraan voorafgaande jaar een loon genoten hoger dan € 150.000. De heffing bedroeg 16% van het deel van het loon boven € 150.000.

Veel werkgevers hebben destijds bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing. Zij hebben zich met een vaststellingsovereenkomst aangesloten bij proefprocedures over deze werkgeversheffing. Daarnaast zijn er werkgevers die wel bezwaar hebben gemaakt, maar zich niet hebben aangesloten bij de proefprocedures.

Bezwaar ongegrond
De Hoge Raad heeft op vrijdag 29 januari 2016 al een eindoordeel gegeven in één van de proefprocedures over de crisisheffing en deze in stand gelaten. Volgens de Hoge Raad had de wetgever destijds voldoende specifieke en dringende redenen om de crisisheffing in te voeren. Nederland kampte toen met ernstige begrotingsproblemen. De crisisheffing is niet in strijd met nationale en Europese wetgeving.

Eind 2017 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich in twee proefprocedures uitgelaten over de crisisheffing. Volgens dit Hof is de crisisheffing niet in strijd met het eigendomsrecht en het antidiscriminatiebeginsel.

Met deze uitspraken van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zijn de bezwaren tegen de crisisheffing in proefprocedures door de hoogste rechters beoordeeld en afgewezen.

Afhandeling bezwaar
Dat betekent dat de Belastingdienst start met de afhandeling van de bezwaren tegen de crisisheffing. Heeft u zich destijds met een vaststellingsovereenkomst aangesloten bij de proefprocedures, dan kunt u nog deze maand een brief verwachten van de Belastingdienst. In de betreffende vaststellingsovereenkomst is namelijk opgenomen dat voor een beslissing op bezwaar de uitspraken in de proefprocedures voor de Belastingdienst beslissend zijn.

Let op!
Ontvangt u een brief van de Belastingdienst neem dan even contact met ons op. Doe dat ook als u geen brief ontvangt. Voor een uitspraak op bezwaar moet dan zelf contact worden opgenomen met de Belastingdienst.

Heeft u destijds bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing zonder vaststellingsovereenkomst, dan ontvangt u geen brief van de Belastingdienst. Voor u gelden namelijk de 'normale' regels van bezwaar en beroep. Het kan zijn dat de rechter in een enkele individuele procedure nog tot een ander oordeel komt als de crisisheffing voor de procederende werkgever heeft geleid tot een individuele en buitensporige last.

 

7. Reken deze maand de WKR af!

Binnen de WKR mag u als werkgever maximaal belastingvrij 1,2% van het totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers. Dit wordt de 'vrije ruimte' genoemd. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u wel loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Bent u de eindheffing WKR verschuldigd, dan moet u deze eindheffing aangeven in en betalen bij uw eerste aangifte loonheffingen over 2018. De uiterste aangifte- en betaaldatum van deze aangifte is 28 februari 2018.

Heeft u in 2017 de eindheffing WKR al per aangiftetijdvak aangegeven en betaald? Bekijk dan of u niet teveel of te weinig heeft betaald. De teveel of te weinig betaalde eindheffing WKR moet u verrekenen uiterlijk in de eerste aangifte loonheffingen over 2018.

 

8. Verwacht, optimistisch en pessimistisch scenario pensioen

Weet u wat u straks aan pensioen ontvangt? Pensioenuitvoerders communiceren nu nog één bedrag als het 'te bereiken pensioen', maar hoeveel u in de toekomst maandelijks daadwerkelijk aan pensioen ontvangt kan mee- of tegenvallen. Voor een realistischer beeld krijgt u daarom vanaf 2019 drie bedragen te zien. Deze zijn gebaseerd op een verwacht scenario, een optimistisch scenario en een pessimistisch scenario. Deze drie scenariobedragen worden vanaf medio 2019 getoond op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Deze bedragen worden vanaf 2019 ook weergegeven op het uniforme pensioenoverzicht (UPO) dat u jaarlijks van de pensioenuitvoerder of verzekeraar ontvangt.