Navigatie
Nieuwsbrief juli 2019

Nieuwsbrief juli 2019

1. Nieuwe btw-regeling voor kleine ondernemers; onderneem tijdig actie!

Per 1 januari 2020 wijzigt de btw-regeling voor kleine ondernemers van een vermindering naar een vrijstelling. Of je actie moet ondernemen is afhankelijk van jouw huidige positie. Wanneer je actie moet ondernemen, adviseren wij dit tijdig te doen! Dit kan nog tot uiterlijk 20 november 2019.

De nieuwe regeling op hoofdlijnen
Op dit moment kunnen kleine ondernemers een vermindering krijgen van de door hen per saldo verschuldigde btw. De vermindering is hoger naar mate de verschuldigde btw lager is. Bij een verschuldigde btw van niet meer dan € 1.345 is de vermindering gelijk aan het verschuldigde btw-bedrag en is dus geen btw verschuldigd. Deze ondernemers kunnen daarnaast ontheffing van administratieve verplichtingen krijgen.

Per 1 januari 2020 vervalt deze vermindering en krijgen kleine ondernemers met een omzet van niet meer dan € 20.000 op verzoek een vrijstelling. Zij hoeven dan, in de meest gevallen, geen btw te voldoen en krijgen een ontheffing van administratieve verplichtingen. Ook hebben zij geen recht op aftrek van voorbelasting. De overgang van de oude naar de nieuwe regeling kan ertoe leiden dat in het verleden in aftrek gebrachte btw op bepaalde investeringen deels moet worden terugbetaald.

Wat kun je doen?
Zoals we eerder al even noemden, is het afhankelijk van jouw huidige positie of je wel of geen actie moet ondernemen. Aan de hand van onderstaande tabel kun je jouw positie bepalen.

 Ontheffing administratieve verplichtingenGeen ontheffing administratieve verplichtingen
Omzet niet meer dan € 20.000 Zie toelichting bij situatie 1 Zie toelichting bij situatie 2
Omzet meer dan € 20.000 Zie toelichting bij situatie 3 Zie toelichting bij situatie 4

 

Situatie 1 – Ontheffing administratieve verplichtingen & omzet niet meer dan € 20.000
De vrijstelling geldt automatisch. Dat betekent dat je geen btw hoeft te voldoen, een ontheffing van administratieve verplichtingen behoudt en geen recht heeft op aftrek van voorbelasting.

Actie:
Je hoeft geen actie te ondernemen. Tenzij toepassing van de vrijstelling voor jou niet wenselijk is. In dat geval moet je de toepassing van de vrijstelling opzeggen via het afmeldformulier op de website van de Belastingdienst. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als toepassing van de vrijstelling leidt tot terugbetaling van aanzienlijke btw-bedragen voor investeringen uit het verleden. Dit formulier kun je tot uiterlijk 20 november 2019 invullen.

Situatie 2 – Geen ontheffing administratieve verplichtingen & omzet niet meer dan € 20.000
De vrijstelling werkt niet automatisch. In principe moet je dus gewoon btw voldoen en daarnaast voldoen aan de administratieve- en factureringsverplichtingen. Je hebt recht op aftrek van voorbelasting, tenzij dit recht anderszins is beperkt (bijvoorbeeld omdat je anderszins vrijgestelde prestaties verricht).

Actie:
Wil je de nieuwe regeling toepassen? Dan moet je actie ondernemen. Je kunt tot uiterlijk 20 november 2019 een verzoek voor toepassing van de nieuwe regeling via het aanmeldformulier op de website van de Belastingdienst indienen. Let op! Als je kiest voor de nieuwe regeling, mag je geen btw meer in aftrek brengen en moet je mogelijk btw terugbetalen op investeringen uit het verleden.

Situatie 3 – Ontheffing administratieve verplichtingen & omzet meer dan € 20.000
Je kunt geen gebruik maken van de nieuwe vrijstelling. Wanneer je niet uitgenodigd wordt tot het doen van btw-aangiften door de fiscus, zorg er dan voor dat je tijdig btw-aangifte doet in 2020.

Actie:
Je hoeft geen actie te ondernemen. Tenzij je niet wordt uitgenodigd tot het doen van btw-aangiften in 2020. Je moet vóór het tijdstip waarop je btw moet voldoen verzoeken om uitgenodigd te worden tot het doen van aangifte. De btw over het eerste kwartaal 2020 moet uiterlijk 30 april 2020 worden voldaan. Je dient dus (ruim) vóór 30 april a.s. uitgenodigd te zijn tot het doen van aangifte of daar anders om te verzoeken.

Situatie 4 – Geen ontheffing administratieve verplichtingen & omzet meer dan € 20.000
Je kunt geen gebruik maken van de nieuwe vrijstelling. Mogelijk pas je nu nog een vermindering toe op grond van de huidige regeling. Dit is vanaf 1 januari 2020 niet meer mogelijk.

Actie:
Je hoeft geen actie te ondernemen.

Afwegen of toepassing vrijstelling wenselijk is
Kom je in aanmerking voor de vrijstelling? Dan is het van belang om af te wegen of de toepassing van de vrijstelling voor jou voordelig is. Het grootste voordeel van de vrijstelling is dat je, in de meeste gevallen, geen btw hoeft te berekenen en geen aangifte-, administratieve- en factureringsverplichtingen heeft. Het grootste nadeel is dat je bij de vrijstelling geen recht op aftrek van voorbelasting hebt. Mogelijk moet je btw terugbetalen op investeringen uit het verleden.

Meer informatie?
Wij helpen je graag bij het bepalen van jouw positie en bij het maken van de meest gunstige optie. Je kunt hiervoor contact opnemen met een van onze adviseurs.


2. Bijtelling elektrische auto van de zaak fors hoger

De bijtelling voor het privégebruik auto van de zaak gaat vanaf 2020 voor nieuwe elektrische auto’s omhoog van 4% naar 8%. De verhoging is onderdeel van het Klimaatakkoord dat vrijdag 28 juni is gepresenteerd.

Hogere bijtelling
De bijtelling voor nieuwe elektrische auto’s verdubbelt in 2020 naar 8% over de eerste € 45.000 van de cataloguswaarde. Dit is nu 4% over de eerste € 50.000. De bijtelling wordt daarna in stappen opgehoogd naar 12% over de eerste € 40.000 van de cataloguswaarde in 2021, 16% in 2022 en 17% in 2025. Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto dezelfde bijtelling van 22% als voor een gewone auto.

Geen accijnsverhoging benzine, wel diesel
De voorgenomen accijnsverhoging op benzine gaat niet door. De reden hiervoor zou zijn dat het kabinet de niet-elektrisch rijdende automobilist niet wil laten opdraaien voor de kosten die gepaard gaan met het stimuleren van elektrisch rijden. De accijns op diesel wordt zowel in 2021 als in 2023 met een cent verhoogd.

Afbouw stimulering afhankelijk van verkoop
Jaarlijks zal worden bekeken in hoeverre de verkoop van elektrische auto's de verwachting overtreft. Als er meer elektrische auto's worden verkocht dan verwacht, wordt de stimulering ervan versneld afgebouwd.

Wat scheelt dat nu?
Als de bijtelling voor elektrische auto's gelijkgesteld wordt aan die voor gewone auto's, kost een elektrische auto van de zaak de gemiddelde automobilist maximaal ongeveer € 280 per maand netto extra, uitgaande van de momenteel bekende cijfers. Wat het werkelijk gaat kosten, is onder meer afhankelijk van de cataloguswaarde. De verhoging naar 8% volgend jaar kost de gemiddelde automobilist met een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 ongeveer € 50 per maand netto extra.

Tip!
Was u toch al van plan een elektrische auto aan te schaffen, doe dit dan nog dit jaar. U profiteert dan nog maximaal vijf jaar van de lage bijtelling over de eerste € 50.000 van de catalogusprijs.

Rekeningrijden
In het Klimaatakkoord staan nog meer maatregelen om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Een daarvan is rekeningrijden dat dan per 2026 zal worden ingevoerd. Bij rekeningrijden betaalt de automobilist per gereden kilometer. In het Klimaatakkoord worden drie varianten van rekeningrijden, die nog nader onderzocht worden, genoemd.

Meer informatie?
Wij helpen je graag bij het bepalen van jouw positie en bij het maken van de meest gunstige optie. Je kunt hiervoor contact opnemen met een van onze adviseurs.


3. Vraag op tijd eHerkenning UWV aan!

Werkgevers die gebruikmaken van diensten van het UWV, moeten vóór 1 november van dit jaar eHerkenning voor het UWV aanvragen. Werkgevers kunnen nu nog inloggen met een UWV-account, maar die mogelijkheid gaat verdwijnen.

Wat is eHerkenning?
EHerkenning is een digitaal hulpmiddel dat als toegangsmiddel dient tot diverse overheidsorganisaties en bedrijven. Door gebruik te maken van eHerkenning hoeft u voor de aangesloten organisaties en bedrijven geen aparte wachtwoorden en inlogcodes meer te onthouden. U heeft daarvoor dan nog maar één wachtwoord nodig. Inmiddels gebruiken al meer dan 400 overheidsbedrijven eHerkenning. Het UWV maakt hier al sinds vorig jaar gebruik van.

Extra kosten
EHerkenning is niet gratis en wordt geleverd door een zestal marktpartijen. Iedere partij hanteert haar eigen voorwaarden en prijzen. Werkgevers zijn vrij in hun keuze bij welke partij ze zich aanmelden.

Verschillende betrouwbaarheidsniveaus
EHerkenning is er in verschillende betrouwbaarheidsniveaus. Niet iedere organisatie of bedrijf vereist namelijk een even hoog betrouwbaarheidsniveau. Het UWV gaat gebruikmaken van het een na hoogste betrouwbaarheidsniveau, niveau 3. Op dit niveau wordt bijvoorbeeld uw originele identiteitsdocument gecheckt.

Let op!
Het aanvragen van eHerkenning kost tijd, dus is het van belang niet tot het laatste moment te wachten met aanvragen.

Tip!
Zorg dat u een voldoende hoog betrouwbaarheidsniveau aanschaft voor de organisaties waarmee u zakendoet, anders moet u dit niveau later upgraden.

Ook intermediairs
Ook intermediairs die voor hun klanten met het UWV communiceren, moeten opnieuw via eHerkenning gemachtigd worden. Na toekenning van eHerkenning moeten ook alle werknemers opnieuw worden gemachtigd.


4. Is toekomstige ontslagvergoeding al aftrekbaar?

Een werknemer heeft meestal recht op een zogeheten transitievergoeding als hij tegen zijn zin wordt ontslagen. Mag u fiscaal al rekening houden met zo’n te voorziene kostenpost, terwijl het ontslag nog niet speelt?

Einde arbeidsovereenkomst
U moet als werkgever aan uw werknemer een transitievergoeding betalen als de arbeidsovereenkomst op uw initiatief na meer dan 24 maanden wordt beëindigd. Hetzelfde geldt als hier verwijtbaar handelen van uw kant aan ten grondslag ligt.

De rechter
Tijdens een rechtszaak voor rechtbank Noord-Nederland is de vraag opgekomen of een werkgever een voorziening in zijn jaarcijfers mag opnemen voor een nog te betalen transitievergoeding. Het idee hierachter is uiteraard dat deze kosten zich in de toekomst (waarschijnlijk) zullen voordoen, maar eigenlijk verband houden met de arbeidscontracten die op dit moment lopen.

Wat speelde er?
De eigenaar van een pas gestarte, maar goed lopende eenmanszaak dacht hiervan slim gebruik te kunnen maken. Hij neemt namelijk in zijn jaarcijfers 2014 een voorziening voor toekomstig te betalen transitievergoedingen op van maar liefst € 80.000.

Voorwaarden voor vormen voorziening
De Belastingdienst is het hier echter niet mee eens. Uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Daarbij wordt er allereerst stilgestaan bij de fiscale eisen die worden gesteld aan een voorziening. Op basis van het beroemde ‘Baksteenarrest’ moet aan de hiernavolgende voorwaarden worden voldaan:

  • De te voorziene uitgaven vinden hun oorsprong in feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan.
  • De toekomstige uitgaven kunnen aan die periode worden toegerekend.
  • Er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat deze uitgaven zich ook daadwerkelijk zullen voordoen.

 

Een bekend voorbeeld is een voorziening voor onderhoud aan uw pand. Deze kosten gaan zich in de toekomst voordoen, maar worden veroorzaakt door het huidige gebruik van het gebouw.

Voorziening voor transitievergoeding?
In principe is het mogelijk om ook voor toekomstige transitievergoedingen een voorziening te vormen, omdat deze uitgaven verband houden met de arbeidscontracten die op dit moment zijn afgesloten.

Onvoldoende onderbouwd
De rechter vindt echter dat de redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven zich zullen voordoen, niet is onderbouwd. De werkgever komt niet verder dan de constatering dat ‘werknemers niet meer hun hele leven bij dezelfde werkgever werkzaam zijn’. Dit is onvoldoende om een voorziening op te baseren.

Wat kunt u hiermee?
Dit betekent echter niet dat iedere voorziening voor een transitievergoeding fiscaal niet geaccepteerd wordt. Als u kunt aantonen dat het redelijk zeker is dat u in de toekomst transitievergoedingen moet betalen, dan is het vormen van een voorziening mogelijk. Dit speelt bijvoorbeeld als er een reorganisatie is gepland waarbij ontslagen zullen vallen. Of als u met een specifieke werknemer reeds in gesprek bent over zijn (zeer) slechte functioneren en een ontslag aanstaande lijkt.

Let op!
Alleen als het redelijk zeker is dat u in de toekomst transitievergoedingen aan een of meerdere werknemers moet betalen, mag u daarvoor al een voorziening vormen. Bijvoorbeeld bij een geplande reorganisatie waarbij ontslagen gaan vallen.


5. Straks minder lang betalen voor uw ex?

Per 1 januari 2020 wordt de termijn voor partneralimentatie naar beneden bijgesteld. Het voorstel, dat inmiddels door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd, gaat uit van de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van in beginsel 5 jaar. Deze wijziging geldt alleen voor verzoeken die ingediend zijn na 1 januari 2020.

Wetsvoorstel
In 2015 werd een wetsvoorstel ingediend over alimentatie voor de ex-partner. Na een aantal wijzigingen is het voorstel dus aangenomen. Het wetsvoorstel heeft betrekking op de duur van de alimentatieverplichting voor partners. Nu is de duur voor betaling van partneralimentatie in beginsel 12 jaar vanaf de inschrijving van de echtscheiding.

Hoe lang betalen?
Het voorstel gaat uit van een nieuwe termijn die gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar. Dus als u 3 jaar getrouwd bent geweest, betaalt u maximaal 1,5 jaar alimentatie voor uw ex-partner en als u 11 jaar getrouwd bent geweest, betaalt u de maximale 5 jaar.

Let op!
De wijziging geldt dus alleen voor partneralimentatie en niet voor kinderalimentatie.

Er is echter een aantal uitzonderingen:

  • Bent u langer dan 15 jaar getrouwd geweest en is uw ex-partner ten hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd? In dat geval eindigt de verplichting pas als de AOW-leeftijd is bereikt. De maximumduur is dan dus 10 jaar.
  • Bent u 50 jaar of ouder en langer dan 15 jaar getrouwd geweest, dan is de maximumduur ook 10 jaar.
  • Heeft u samen met uw ex-partner kinderen jonger dan 12 jaar? De verplichting loopt in dat geval door totdat het jongste kind 12 jaar oud is. Bij een scheiding met een pasgeboren baby is de maximumduur dus 12 jaar.

 

Wanneer zich meerdere uitzonderingen voordoen, dan geldt de langste termijn.

Hardheidsclausule
Net zoals onder het huidige recht het geval is, kan in uitzonderlijke situaties een beroep worden gedaan op een hardheidsclausule. Om een beroep te kunnen doen op deze hardheidsclausule moet er sprake zijn van een extreem schrijnend geval. Dit is gebonden aan een strikte termijn en zal naar verwachting, net zoals onder het huidige recht, zelden gehonoreerd worden.

Verwachte ingangsdatum
De bedoeling is de wetswijziging in te laten gaan per 1 januari 2020. De wetswijziging heeft uitsluitend betrekking op nieuwe gevallen, dat wil zeggen alimentatie die na 1 januari 2020 wordt verzocht.

Wat blijft ongewijzigd?
De grondslag voor de betalingsverplichting wijzigt niet door het wetsvoorstel. Dit is en blijft de lotsverbondenheid die het huwelijk met zich meebrengt. Ook de rekenmethodiek verandert niet. De manier van berekenen staat niet in de wet, maar in de zogenaamde Tremanormen, die rechters in de regel volgen bij het vaststellen van alimentatie. Ook straks blijft het uitsluiten van een alimentatieplicht in huwelijkse voorwaarden ongeldig.


6. Koe is bedrijfsmiddel, dus btw kan worden herzien

Het opfokken van kalveren tot melkkoeien is te beschouwen als het ontwikkelen van bedrijfsmiddelen. Dit betekent dat de btw die met het opfokken gemoeid is, zo nodig kan worden herzien. Dit besliste de Hoge Raad in een recent arrest.

Landbouwregeling
In de betreffende zaak paste een agrariër tot een bepaalde datum de landbouwregeling toe. Dit betekende dat geen btw verschuldigd was over zijn leveringen, maar dat ook de aan hem in rekening gebrachte btw niet verrekend kon worden.

Overstap naar belaste leveringen
De agrariër besloot op een zeker moment over te stappen op belaste leveringen en de landbouwregeling niet meer toe te passen. In dit verband wilde hij daarom de btw op de opfokkosten van de kalveren herzien en alsnog in aftrek brengen. De inspecteur weigerde de aftrek echter.

Hoge Raad akkoord
De Hoge Raad stelt de agrariër echter in het gelijk. Het opfokken van kalveren tot melkkoe is te beschouwen als het investeren in bedrijfsmiddelen en dus kan de btw worden herzien op het moment dat het bedrijfsmiddel voor de btw anders gebruikt gaat worden.

Let op!
De uitspraak heeft vergaande gevolgen nu de landbouwregeling per 2018 is afgeschaft. Dit betekent dat agrariërs vanaf 2018 verplicht zijn om btw in rekening te brengen. Met de uitspraak in de hand betekent het echter ook dat zij een deel van de btw op de in het bedrijf gebruikte kalveren en melkkoeien terug kunnen krijgen.


7. Subsidie praktijkleren aanvragen vanaf 2 juni

Heeft u leerlingen of studenten in dienst waarvoor u in aanmerking komt voor een subsidie praktijkleren? Vraag dan tijdig deze subsidie aan. De aanvraag voor het studiejaar 2018/2019 kunt u nu indienen (vanaf 2 juni jongstleden). De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per praktijk- of werk-leerplaats per studiejaar. Aanvraag is mogelijk tot en met uiterlijk 16 september 2019 17.00 uur. Wacht daarom niet te lang, voorkom dat u de subsidie misloopt en let op de deadline! U vraagt de subsidie aan via RVO.nl (zoekwoord ‘Praktijkleren’).


8. Minimumtarief van € 16 voor zzp’er

Vanaf 2021 komt er een minimumtarief van € 16 voor zzp’ers. Met dit minimumtarief hoopt het kabinet te voorkomen dat zzp’ers onder de armoedegrens terechtkomen, zo staat in een brief aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de plannen per 2021 worden ingevoerd. Het minimumtarief is bedoeld om te voorkomen dat zzp’ers tegen te lage tarieven moeten werken. Zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt hebben namelijk vaak een beperkte onderhandelingspositie ten opzichte van de opdrachtgever. Om die reden is besloten de verantwoordelijkheid voor het controleren en het betalen van het minimumtarief neer te leggen bij de opdrachtgever. De opdrachtnemer wordt verantwoordelijk voor het aanleveren van de informatie. Zzp’ers met een uurtarief boven de € 75 kunnen in de plannen kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken. Voorwaarde is dat een opdracht niet langer dan een jaar duurt.